Een korte geschiedenis van silverpoint

‘Displaced Portrait No:4 (man from Kiel)’, silverpoint, 21×14.5cm

Roy Eastland, ‘Displaced Portrait No:4 (man from Kiel)’, silverpoint, 21×14.5cm

Silverpoint of zilverstift is een oude tekentechniek die zijn hoogtepunt bereikte in de Renaissance.

 

Het gebruik van metalen stiften - zowel zilver, goud als koper, tin of lood - vindt zijn oorsprong bij scribenten die aantekeningen maakten of inventarissen opstelden voor hun opdrachtgevers. Het materiaal waarmee ze dat deden, vertelde iets over de status van de opdrachtgever: goud en zilver voor de hogere klassen, lood voor de minder gegoede opdrachtgevers. De schrijvers werkten op allerlei ondergronden, zoals was, kleiplaatjes of later perkament en velijn. De dragers moesten bewerkt worden met een ondergrond waarop het metaal zich kon hechten. Die grondlagen bestonden vaak uit een wit pigment, lijm, soms zelfs speeksel of urine en allerlei toevoegsels zoals puimsteen, kalk, gemalen en verbrande kippenbotten, gemalen schelpen enzomeer.

 

Tijdens de late Middeleeuwen verspreidde de technologie van papier maken zich langzaam over Europa. Schrijvers gebruikten nu ook papier dat op dezelfde manier geprepareerd werd als perkament of velijn. In diezelfde periode gingen ook kunstenaars aan de slag met metalen stiften. Vanaf de late 14de tot het begin van de 17de eeuw werd het volop gebruikt. Ook goudsmeden gebruikten metalen stiften om de tekeningen van hun ontwerpen te maken. Albrecht Dürers vader was zo’n goudsmid die zijn zoon de techniek van silverpoint aanleerde. Het zelfportret dat de jonge Dürer in 1484 op zijn dertiende maakte, wordt nu nog bewonderd omwille van het grote vakmanschap.

 

In onze regionen was het ondermeer Jan Van Eyck die zilverstift gebruikte, als ondertekening voor zijn schilderijen. De enige met zekerheid toegeschreven tekening van Van Eyck, een portret van kardinaal Niccolo Albergati (Dresden, Kupferstichkabinett) is uitgevoerd in zilverstift. Van Eyck maakte deze tekening, waarop hij ook aantekeningen schreef, wellicht als voorstudie voor een schilderij. Zo omschreef Van Eyck het hoofdhaar als "ockereachtich grau grijs”, het voorhoofd als “bleicachtich" en een wratje als “purperachtich."

In Rogier Van der Weydens schilderij Sint-Lukas die de Maagd tekent (1435-40), zien we Sint-Lukas in de weer met een zilverstift op papier dat op een plankje is bevestigd. 

 

Leonardo da Vinci gebruikte silverpoint voor zijn tekeningen. Hij tekende naar alle waarschijnlijkheid op een ondergrond waarin gemalen kippenbotten en speeksel gebruikt werden. Leonardo’s tekening van een soldaat met helm werd gemaakt om zijn kwaliteiten als ambachtsman aan zijn studenten te tonen. Van leerlingen werd immers verwacht dat ze de techniek van sliverpoint onder de knie hadden alvorens zich te bekwamen in schilderkunst.

 

Heel wat oude meesters gebruikten metaalstiften, zoals Raphael, Dürer, Holbein, Rembrandt en Rubens. Metalen stiften werden erg gewaardeerd omwille van de fijne details die ermee konden getekend worden. Bovendien was het onmogelijk om er vlekken mee te maken, wat bij krijt- of houtskooltekeningen wel het geval was. Metaalstiften waren ook ‘permanent’, ze verbleekten niet, zoals het geval was bij inkt, of - als ze gebruikt werden als ondertekening voor schilderijen - hadden geen invloed op de verflagen.

 

Tekenen met metaalstift werd vanaf de 17de eeuw steeds minder populair. Dat had verschillende oorzaken. Kunstenaars zochten voortdurend naar nieuwe technieken die hun werk vergemakkelijkten. De voorbereiding van de ondergrond voor silverpoint was zeer tijdrovend. Er dook een grote concurrent op voor de metalen stiften, namelijk grafiet. Dat materiaal werd pas in 1560 ontdekt in Engeland. Het duurde nog een hele tijd alvorens grafiet echt commercieel ontwikkeld werd in de vorm van stiften die in hout werden gevat: potloden. Grafiet kon gebruikt worden op ongeprepareerd papier, wat een gigantische tijdsbesparing opleverde. Bovendien is het eenvoudiger verschillende grijswaarden te creëren met grafiet, door gebruik te maken van ‘hardere’ of ‘vettere’ grafietstiften. Grafiet kan je ook weggommen, wat niet mogelijk is bij zilverstift.

Maar ook de schilderkunst zelf evolueerde. Schilders werkten minder gedetailleerd en prefereerden grotere ‘gestes’ in hun teken en schilderkunst. Silverpoint was voor die manier van tekenen en schilderen veel minder geschikt.

 

Silverpoint kende zo nu en dan een heropleving. In de twintigste eeuw experimenteerden Picasso en Jasper Johns met silverpoint. Ook vandaag zijn er nog enkele hedendaagse kunstenaars actief met silverpoint, zoals Viktor Koulbak, de fotorealistische tekeningen van Gordon Hanley, portretten van Roy Eastland of abstract werk zoals dan van Robyn Ellenbogen of Ram Samocha

Deze website maakt gebruik van cookies. Zie onze Privacybeleid voor meer informatie.

OK