JAN DE ZUTTER
JAN DE ZUTTER
The hitchhiker’s Guide to Heaven and Hell
Ga naar de hemel voor het klimaat, maar naar de hel voor het gezelschap, schreef Marc Twain. Om onze lezer al voor te bereiden op het leven na de dood, stelden wij een handige gids samen, met nuttige adressen en contactpersonen. Pas, zoals bij elke reis, op voor vakantieavontuurtjes. De risico’s in de hemel zijn beperkt, maar een wip met de duivel kan de gezondheid ernstig schaden.
ⓒ Jan de Zutter
De naam van de Duivel
De Duivel mag dan vandaag bekend staan als een uitermate onsympathieke knaap, hij was dat in de oudste Bijbelgeschriften zeker niet. In het Hebreeuws heette hij Satan of Satan’el, de ‘Tegenstander’. Vlijtige vertalers maakten daar in het Grieks Diabolos van. Maar de Duivel was in het Oude Testament niet de tegenstander van God. Hij was een engel die het geloof van de mens op de proef moest stellen, een soort inspecteur die praktijktesten uitvoerde, zeg maar. Later zou hij afgeschilderd worden als een gevallen engel die verantwoordelijk is voor alle Kwaad. Aan het feit dat Satan zo onfortuinlijk uit de hemelen donderde, dankt hij trouwens zijn andere naam: Lucifer. In Jesaja 14:3-20 is er immers sprake van de Ochtendster die uit de hemel tuimelt. In een vrije Latijnse vertaling wordt Ochtendster dan ‘lichtdrager’ of Lucifer.
De duivel zoals we hem vandaag kennen, is een allegaartje van Bijbelse mythen, legenden, perverse fantasieën en rare vertalingen. Hij neemt de vorm aan van allerlei beesten, heeft soms vleugels, of ziet er uit als een in elkaar gepuzzelde verschijning met bokkenpoten, een mensenlijf, slagenogen en een stel hoorns. Wie hem een brief wil schrijven, kan die richten aan de heer Satan, Lucifer, Mammon, Beelzebub, Leviathan, Asmodeus of Belphegor. Keuze genoeg.
Duivelstekens
Lang voor de Rolling Stones op de planken stonden, hadden heksen al sympathy for the devil. Althans, dat dachten de kerkvaders er over. Om dat te kunnen bewijzen, gingen ze op zoek naar de stigmata diaboli of duivelstekens, die de duivel op het lichaam van de heks zou verborgen hebben. Die zagen er uit als kleine schrammen, moedervlekken of tatoeages. Je moest goed zoeken en daarom was het absoluut noodzakelijk om de verdachten helemaal kaal te scheren. Helemaal? Jazeker. Dat gaf de vrome priesters overigens een perfect excuus om heksenkutjes te bewonderen.
Seks met de duivel
Van de Allerhoogste en zijn priesters op aarde weten we dat zij een kuis leven lijden, monogamie op prijs stellen en de vleselijke geneugten liever beperken tot het verwekken van kinderen. De duivel daarentegen is een hitsige, biseksuele dekhengst, die pakt wat hij pakken kan. Echt rekening houden met het genot van zijn partner doet de heer der duisternis niet. Heksen onthulden op de pijnbank dat zijn gigantische pik beenhard, ijskoud en geschubd is. Au! Mannen die het voorrecht hadden met een vrouwelijke duivel te paren voelden hun “instrument verdwijnen in een ijskoude grot”.
Hel
De hel mag dan wel de plaats zijn waar vandaag stoute christenen heen gaan, de naam van deze verschrikkelijke plek danken we aan onze besnorde en bierdrinkende Germaanse voorouders. Als die de pijp aan Maarten gaven, vertrokken ze naar Haljae, het dodenrijk. Daar, diep onder de grond, resideerde de godin Hel in haar machtige kasteel Nifhel. De Germaanse hel had echter niets met goed en kwaad te maken. Dat is heel anders bij onze christelijke en moslimvrienden. Wie goed is, krijgt lekkers, wie stout is de roe, luidt daar de regel. En dat geldt ook voor het leven na de dood. Nochtans komen Hemel en Hel zoals wij die kennen niet voor in de Bijbel. In het Grote Boek wordt aangenomen dat wie sterft gewoon dood is, maar misschien zal heropstaan op de Dag des Oordeels, als de schapen van elkaar gescheiden worden. Het Oude Testament heeft het zelfs nergens over de Hel. Er is wel 64 keer sprake van Sheol, wat eigenlijk ‘graf’ betekent, maar later vertaald werd als Hel. Ook de Griekse namen voor het dodenrijk in het Nieuwe Testament - Tartaros en Hades - werden vertaald als ‘Hel’. Dat de Hel een plek was waar een eeuwig vuur brandde, verwijst naar de vallei van Gehenna, gelegen nabij Jeruzalem. Daar werd afval gedumpt en verbrand. Ook in de islam verwijst de naam van de Hel naar die vallei: Jahannam. Moslims kennen de Hel ook als Al-nar, het vuur.
Hemel
Ook de hemel danken we aan het volkje dat in de eerste eeuw de Romeinse generaal Varus versloeg in de Teutoburgerwoud, de dappere Germanen. In de oudste Germaanse talen komen allerlei variaties van het woord hemel voor, afgeleid van het proto-Germaanse woord Hemina. Voor de no-nonsense-Germanen betekende dat gewoon de hemel boven ons hoofd. Goddelozen gebruiken het vandaag nog steeds in die betekenis, maar wie een beetje spiritueel is aangelegd, weet dat de Hemel het zalige en vredevolle paradijs is waar de zielen van de doden heen gaan. Maar dat is niet altijd zo geweest. In het Oude Testament ging iedereen naar Sheol, de onderwereld. Het christendom maakte pas het onderscheid tussen hemel en hel.
Enkel wie gedoopt is en rechtschapen heeft geleefd, weet zich verzekerd van een plaatsje in de hemel. De zondigen moeten de Highway to hell nemen. Katholieken zijn daarin altijd nogal ruimdenkend geweest. Wie wat pekelzonden heeft gepleegd, moet een tijdje naar het Vagevuur, maar wordt uiteindelijk toch beloond met de Hemel. Het is daar overigens erg druk, want naast de Drievuldigheid, Maria, de engelen en heiligen barst het er van de zielen van overledenen, die baden in het aanschijn van God.
Engelen en aartsengelen
Ook in de hemel bestaat De Post. In de Bijbel worden de postbodes van God Mal’ach genoemd, boodschappers. Als je dat naar het Grieks vertaalt, krijg je Angelos. De Allerhoogste beschikt ook over een speciale postbedeling die in handen is van aartsengelen. Omdat aartsengelen alle kanten op vliegen, verwijzen de bekendsten onder hen naar de vier windrichtingen: Raphael, Gabriël, Michael en Uriel. Michael is de vechtersbaas, Raphael de genezer, Uriël de profeet van de openbaring en Gabriël de boodschapper die de geboorte van Christus aankondigde. Gabriël fluisterde ook de inhoud van de Koran in de oren van Mohammed. Omdat engelen, net zoals mensen, ook maar gewoon geschapen zijn, is het verboden hen te vereren.
Aljanna
Voor onze moslimvrienden heet de hemel Aljanna of Djanna, wat letterlijk ‘de tuin’ betekent. Daarin stromen volgens Mohammed rivieren van melk, honing en water. Een plezierige bijkomstigheid is dat je in Aljanna niet dronken wordt als je wijn drinkt. De overleden zielen worden in Aljanna bediend door knapen en maagden.
Vagevuur
Als de hemel boven ons hoofd is en de hel beneden, waar ligt dan het Vagevuur? Dat zit in een berg. Die ontstond toen Satan neerstortte op aarde en door de klap een diepe put veroorzaakte. Daardoor stulpte er aan de andere kant van de aarde een bobbel uit: de Louteringsberg.
Café Limbo
In het Vagevuur kan je een pitstop maken op weg naar de Hemel, maar dat geldt enkel voor wie nog boete moet doen voor zijn of haar zonden. Er bestaan echter ook mensen die zonder zonden door het leven gaan, maar toch de hemel niet binnen mogen. Sinte Pieter vraagt je immers naar je doopbewijs. Zelfs als je voorbeeldig geleefd hebt, maar nooit gedoopt werd, is de heilige man onverbiddelijk. In de zesde eeuw bedacht de katholieke kerk een oplossing, een tweede halte op weg naar de Hemel, café Limbo, beter bekend als het Voorgeborchte. Het is daar relatief goed toeven, hoewel je er geen blik gegund wordt op de Allerhoogste. Ongedoopte kindertjes gingen er tot voor kort massaal naar toe. Omdat zelfs katholieken dat erg zielig vonden, verklaarde paus Benedictus in 2007 dat het voorgeborchte voor ongedoopte kinderen achterhaald was. Een theologische commissie heeft overigens in 2006 aan de paus voorgesteld om het voorgeborchte maar helemaal af te schaffen.
Geloof in hemel en hel
Slechts twee van de tien volwassen Vlamingen zien de hel als een echte plaats waar zondige zielen na hun dood heen gaan. In de Verenigde Staten is dat zeven op tien. De Hemel wordt slechts door drie op tien Vlamingen als een realiteit gezien. In de VS geloven negen op tien mensen in de hemel. Eén op vier Vlamingen geloof in engelen.
The Temple of Doom

De hel is goed voor de economie
Als je de rapporten van Amerikaanse financiële instellingen bekijkt, is het geen wonder dat we in een financiële crisis zijn terecht gekomen. Zo zag de Federal Reserve Bank van St. Louis een verband tussen een goed draaiende economie en het geloof in de hel. In landen waar veel mensen in de hel geloven, is er minder corruptie en een hogere levensstandaard, besluit het rapport van de bank.
Eeuwig slapen
Hemel en hel ontlopen door je te bekeren tot het boeddhisme is niet de juiste oplossing. Want hoewel boeddhisten geen eeuwige ziel hebben, komen de doden toch in de hemel of de hel terecht. Omdat het boeddhisme geen god kent, ben je zelf verantwoordelijk voor de plek waar je terecht komt. Je verblijft overigens maar een poosje in een van de vele hemelen of hellen, om daarna opnieuw geboren te worden. Waarin je precies reïncarneert, is afhankelijk van hoe je geleefd hebt, van je karma, zeg maar. Wie een volkomen nobel leven lijdt, kan de cirkel van wedergeboorte doorbreken en het Nirwana bereiken. Het Nirwana is niet de hemel, maar een staat van totale rust.
Het verschil tussen hemel en hel
Van de Hel wordt gezegd dat het een verschrikkelijke plek is, waar honger en dorst heerst en zondige zielen branden in eeuwige vuurpoelen. Groot was daarom de verbazing van een bezoeker van de hel, toen die merkte dat dit helemaal niet het geval is. In de hel zat iedereen aan rijkgevulde tafels, beladen met schalen fruit, succulent gebraad, rijpe kazen, fijne gebakjes en kruiken van de allerbeste wijn. De hel zag er, tot zijn grootste verbazing, net zo uit als de hemel. En toch was het in de hel onaangenaam. Want alle zielen hadden bijzonder korte armpjes gekregen, zodat ze het voedsel en de drank niet naar hun mond konden brengen. Merkwaardig genoeg was dat in de hemel ook het geval. Er was één verschil. In de hemel hadden de zielen begrepen dat je met je korte armpjes je eten weliswaar niet in je eigen mond kunt stoppen, maar wel in dat van je buurman. In de hel leed iedereen honger, in de hemel was het feest.
Rijstpap met gouden lepeltjes
Het menu in de kantine van de hemel is ons onbekend, maar vast staat dat er als dessert kan gekozen worden voor rijstpap met gouden lepeltjes. Dat lijkt vandaag geen uitdagend gerecht, maar in de periode waarin rijst, vanille en saffraan kostbare ingrediënten waren, was rijstpap iets heel bijzonders. Het werd enkel bij feestelijkheden geserveerd. Rijstpap is van oorsprong een Arabisch gerecht, dat Europeanen leerden kennen nadat de handel tussen oost en west na de Kruistochten goed op gang kwam. Dat ze in de hemel rijstpap serveerden, moest vooral kinderen aansporen om braaf te zijn.
Aflaten
Heel wat mensen denken vandaag nog dat een aflaat een kwijtschelding van zonde is. Het is helaas wat ingewikkelder. Een aflaat is de kwijtschelding van de straf die je nog moet krijgen nadat je zonden vergeven zijn. Want vergiffenis krijgen, betekent niet dat je geen boete meer moet doen. Boete kan je doen tijdens je leven, of nadien, terwijl je napruttelt in het Vagevuur.
In 1095 bedacht paus Urbanus II een handig middel om gelovigen aan te sporen op Kruistocht te trekken. Niemand stond immers te springen om naar Jeruzalem te reizen. Niet verwonderlijk als je weet dat slechts 4 procent van de kruisvaarders weer levend terugkeerden van de eerste kruistocht. Maar met een volle aflaat moest je geen zeven jaar meer branden in het Vagevuur en dat was voor velen een argument om dan toch de trip te wagen. Naast volle aflaten bestonden er ook aflaten die een deel van je straf kwijtscholden. Je kon ze zelfs kopen bij de kerkelijke instanties, ook als je een moord had gepleegd. Dat deed een lucratief handeltje in aflaten ontstaan, waarmee ondermeer de bouw van christelijke kerken, zoals de Sint-Pietersbasiliek, gefinancierd werd. Om wijs te geraken uit de verschillende aflaten bestond er een soort aflatenboekhouding, zodat de gelovige ten minste wist hoe lang hij of zij nog zou moeten branden in het Vagevuur. Als je in Rome godsvruchtig de voeten van het bronzen beeld van Petrus kuste, kon je bijvoorbeeld rekenen op een aflaat van 50 dagen. Tegen het gesjacher met aflaten werd heftig geprotesteerd door de afvallige Duitse monnik Maarten Luther, reden waarom de katholieke kerk nadien haar aflatenbeleid hervormde. Vandaag kan je geen aflaat meer kopen, maar zowel Johannes Paulus II als de huidige paus Benedictus XVI kenden nog bijzondere aflaten toe, ondermeer naar aanleiding van de werelddag van de zieke en de wereldjongerendagen.
Fotograaf Mark Phillips trok deze prent van de getroffen Twin Towers vanuit zijn appartement in Brooklyn. Noch hijzelf, noch de redacteuren bij Associated Press merkten het gezicht in de rookpluim op. Maar toen de foto verscheen in de kranten werd hij overspoeld met duizenden e-mails en meer dan 2 miljoen hits op zijn website. Phillips werd verweten ‘de boodschapper van de Duivel’ te zijn.
Foto Mark Phillips