Michael Braungart


Je zou moedermelk nooit legaal verkocht krijgen in een fles



Professor Michael Braungart is een merkwaardig een bevlogen wetenschapper. Ik keek er dan ook erg naar uit om de man te ontmoeten die zich bijzonder kritisch uitlaat over de Europese milieurichtlijnen, richtlijnen die ik nota bene zelf mee vorm heb gegeven toen ik Europees parlementslid was. In 2002 verscheen van zijn hand het boek From Cradle to Cradle, Remaking the way we make things.21 From Cradle to Cradle, letterlijk Van Wieg tot Wieg, bekritiseert de manier waarop we vandaag producten maken. Die evolueren immers van de wieg naar het graf: wij maken nieuwe spullen, die uiteindelijk belanden op de vuilnisbelt of in de verbrandingsoven. Als we onze productiemethoden radicaal herzien, kunnen we echter spullen maken waarvan de componenten voor de volle honderd procent gerecycleerd kunnen worden, zegt Braungart. Ze worden voedingsstoffen voor nieuwe producten. Dat leidt volgens de Duitse chemicus tot een industrie zonder afval en zonder vervuiling, De publicatie sloeg in als een bom omdat het boek een totaal nieuwe visie geeft op duurzame ontwikkeling. Braungart heeft geen schrik om tegen heilige huisjes te schoppen. Zowel de milieubeweging, de bedrijfswereld als de politiek moeten het ontgelden


Kathleen van Brempt & Jan de Zutter



Ik ontmoet hem in de Faculty Club van de universiteit van Utrecht, waar hij even een stop maakt tussen een workshop voor een chemisch bedrijf in Gouda en een afspraak in Amsterdam. De Duitse chemicus is een spraakwaterval die je voortdurend op het verkeerde be

Michael Braungart studeerde chemie aan de universiteiten van Konstanz, Aken, Zürich, München en Hamburg. Hij werd daarna ook ingenieur en behaalde een doctoraat in de analytische scheikunde aan de universiteit van Hannover. Braungart werd op jonge leeftijd activist bij Greenpeace. Ooit woonde hij in een boom als protest tegen de milieuverloedering. Op het einde van de jaren ’70 was hij stichtend lid van de Duitse Groenen. In 1985 richtte hij de chemische afdeling van Greenpeace International op en werd er de eerste directeur van. Twee jaar later richtte hij in Hamburg, met de hulp van Greenpeace, het Environmental Protection and Encouragement Agency (EPEA) op, een onderzoeks- en consultancybureau dat wereldwijd bedrijven begeleidt bij de ontwikkeling van duurzame productieprocessen. Sinds 1990 is Michael Braungart hoogleraar aan verschillende universiteiten in de Verenigde Staten en Duitsland. In 1995 richtte hij samen met de Amerikaanse architect William McDonough in Charlottesville het bedrijf McDonough Braungart Design Chemistry (MBCD) op, dat duurzame producten en productieprocessen ontwikkelt. Zowel bij EPEA als bij MBCD onderzocht Braungart de levenscyclus van producten

en zet met tongue-in-cheek uitspraken. Als hij hoort dat ik bevoegd ben voor het Gelijke Kansenbeleid zegt hij: “Ah, wij hebben op de universiteit ook zo’n genderpersoon. Ze vroeg me of ik in mijn cursus wat meer aandacht kan besteden aan het genderprobleem. Ik weet niet wat ik nog meer kan doen, want de vrouwen zijn op de universiteit sowieso beter. “From now on I will not check my mails any more. I will only check my females”, heb ik haar gezegd.”


Braungart onderzoekt al meer dan 20 jaar de levenscyclus van producten. Hij is al langer tot de bevinding gekomen dat de klassieke manier om producten te recycleren geen zoden aan de dijk brengt. Recycleren is eigenlijk ‘downcycling’ zegt Braungart, omdat de kwaliteit van de grondstoffen steeds afneemt. Braungart vindt dat je producten zo moet ontwerpen dat hun onderdelen later voor honderd procent recycleerbaar zijn. Dat dat kan, toonde hij aan met de Amerikaanse uitgave van From Cradle to Cradle die gedrukt werd op polyester vellen die aanvoelen als papier. De inkt kan nadien weer van de vellen gewassen en het polyester volledig gerecycleerd worden. In Nederland gaat Braungart nu een krant ontwikkelen op basis van deze materialen. “Je koopt dan de informatie en niet meer de krant zelf,” zegt Braungart. “Als je de krant gelezen hebt, breng je ze gewoon terug naar de dagbladhandelaar. De materialen worden volledig gerecycleerd. Wij willen spullen ontwerpen die goed zijn voor het milieu; producten die geen afval opleveren,” zegt Braungart. “Alles wat je consumeert moet zo ontworpen zijn dat het het milieu ten goede komt. Dat is de zogenaamde biologische kringloop. Andere producten, zoals een televisie bijvoorbeeld, behoren tot de technologische kringloop. Je kan geen televisie maken zonder dat er giftig spul in zit. De Europese Unie zegt dat ze lood uit elektronica geweerd hebben. Ze geloven dat ze iets positiefs hebben gedaan. Wij hebben in Hamburg een televisietoestel geanalyseerd en er 4.360 chemicaliën in aangetroffen. Het helpt dus niet om er enkel het lood uit te halen.”


Is het onmogelijk om een tv maken zonder die chemicaliën?


Michael Braungart: “Waarom zou je dat willen doen? Chemicaliën zorgen er voor dat je tv kunt kijken. Alles is chemie. Als de EU lood uit elektronica weert, stelt niemand zich de vraag wat er in de plaats komt. Het gaat om zilver, koper, nikkel en bismut. Allemaal zeldzame en giftige producten. Bismut is een metaal, zoals arsenicum of kobalt. Het is nu perfect legaal om bismut in elektronica te steken. In de natuur is bismut verbonden met lood. Als je 1 ton bismut nodig hebt om lood in elektronica te vervangen, creëer je 10 ton lood extra. En waar denk je dat dat lood naartoe gaat? Naar Afrika, waar ze dat soort wetgeving niet hebben en waar bedrijven als Shell gelode benzine verkopen omdat dat goedkoper is. Je creëert dus een goedkope markt voor gelode benzine.”


Zijn er in ons land bedrijven die het Cradle to Cradle-principe toepassen?


Michael Braungart: “Een bedrijf dat het heel goed doet in Nederland en België is tapijtfabrikant Desso. In de toekomst willen ze geen tapijten meer verkopen, maar het gebruik van een tapijt. Eigenlijk bieden ze een vloerbedekkingsverzekering aan. Waarom zou je een boel plastic willen bezitten, terwijl je gewoon over een gezellig tapijt wilt lopen. De CEO van Desso, Stef Kranendijk, wil het hele bedrijf omvormen tot een Cradle to Cradle-bedrijf. Tegen 2015 zullen alle gebruikte materialen opnieuw technische voedingsstoffen worden. Er zal dan géén afval meer zijn. Hoe meer je tapijten van Desso koopt, hoe sneller ze dat doel kunnen bereiken.”


Desso verhuurt je dan vasttapijt als een soort leasing, eco-leasing?


Michael Braungart: “Precies. Je loopt er een paar jaar over en dan komt het bedrijf het oude tapijt terughalen en verhuurt je een nieuw tapijt. Ze verwerken het materiaal van het oude tapijt en kunnen er eindeloos nieuwe tapijten van maken. DSM, het bedrijf dat de materialen maakt, ontwikkelt het nylon-6-polymeer, dat je eindeloos kunt depolymeriseren. Je hebt er dan als bedrijf geen belang meer bij om je klanten te belazeren. Als je rotzooi produceert, krijg je als bedrijf de rotzooi terug.”


Het klinkt logisch. Ik zou dus een tv voor pakweg vijf jaar kunnen huren...


Michael Braungart: “Je koopt bij Philips de mogelijkheid om 10.000 uren tv te kijken. Het product blijft eigendom van Philips. Het bedrijf kan je altijd voorzien van de nieuwste snufjes, de nieuwste modetrends of een upgrade van het toestel. Daarvoor moet je wel het volledige ontwerp van een tv-toestel herbekijken. Je gebruikt geen schroeven meer en je verbindt de metalen onderdelen niet meer met bouten, want dan kan je de ingrediënten niet meer scheiden. We werken in dit geval aan televisies op basis van lijmen. De lijmen gaan in een enzymenbad, de componenten worden er weer uit gefilterd en je kan ze opnieuw gebruiken.”


Waarom zouden bedrijven duurzaam willen produceren? Is het niet gewoon goedkoper om te blijven produceren zoals het vandaag gebeurt?


Michael Braungart: “Nee, want de bedrijven kampen met een aansprakelijkheidsprobleem. We zouden niet zo veel problemen hebben met kerncentrales, mocht de nucleaire sector ook aansprakelijk zijn voor haar afval. Bij het Cradle to Cradle-principe krijgen de bedrijven activa; ze krijgen jaar na jaar meer waarde. Ze blijven ook in contact met hun klanten. Vandaag maken bedrijven producten waarvan ze hopen dat ze snel stuk zullen gaan, zodat mensen verplicht worden nieuwe producten te kopen. Het is alsof ik je een klap verkoop en dan hoop dat je me opnieuw komt bezoeken. Als iemand tv kijkt, wil hij dan de eigenaar zijn van 4.360 chemicaliën? Nee, toch? Je wilt gewoon tv kijken. Het is oneerlijk om particulieren aansprakelijk te maken voor die chemicaliën, als ze enkel maar tv willen kijken. Het is een rare vorm van socialisme als je alle winsten privatiseert en de risico’s bij de gemeenschap legt. Je moet Philips verantwoordelijk stellen voor de chemicaliën in je tv. En bovendien, enkele substanties weren, in plaats van de materiaalstroom goed te bepalen, zoals de EU voorschrijft, is gewoon ecologisch fundamentalisme.”


Zeg je nu dat de EU een soort van eco-propaganda voert?


Michael Braungart: “Er is zoveel Europese wetgeving die ik als ecologisch fundamentalisme omschrijf. Dat is zoals het zogenaamde socialisme in Oost-Duitsland dat nooit sociaal is geweest. Laat ik het eens heel duidelijk zeggen: George Bush was veel beter voor innovatie, voor het milieu en voor de ontwikkeling van de economie dan Al Gore. Die kerel is immers niet erg intelligent. In november was ik in Australië en Bush was daar ook. Hij zei: “I’m so glad to be in Austria.” Hij was daar om de APEC-conferentie te openen. Dat is de Asian Pacific Economic Cooperation-conferentie. Maar hij dacht dat hij er de OPEC-conferentie opende, de conferentie van olieproducerende landen.”


En toch vind je Bush geschikter?


Michael Braungart: “Jazeker. Want bij zo’n kerel denk je onmiddellijk: mijn god, wat ben ik slim. Als hij president kan worden, wat kan ik dan niet bereiken? Dat biedt je heel wat optimisme. Het tweede voordeel is dat je niet meer wacht op de overheid. Het was Al Gore die naar Kyoto is gegaan en het Kyoto-verdrag heeft afgezwakt. In zijn film zegt hij dat hij al sinds de kleuterschool weet wat er aan de hand is met het milieu. Maar gedurende de acht jaar dat hij aan de macht was, heeft hij niets gedaan. Het is dus beter als je niks meer verwacht van de overheid en tot de conclusie komt dat je het zelf moet doen.”


Wat je zegt over Al Gore kan ik aanvaarden, maar dat van Europa schokt me. Ik heb in het Europees parlement hard meegewerkt aan de milieurichtlijnen. Door inzamelen en recycleren te verplichten, wilden we ook de industrie aanmoedigen om hun productiemethoden aan te passen.


Michael Braungart: “Je bereikt net het tegenovergestelde. Als je de markteconomie ernstig neemt, moet degene die geld verdient, ook de risico’s op zich nemen. Aandoeningen aan de luchtwegen zijn nu de meest voorkomende kinderziekte. Door de politieke logica van Europa worden we verplicht om onze huizen te isoleren. De luchtkwaliteit in onze woningen is ondertussen drie tot acht keer slechter dan de kwaliteit van de buitenlucht. In Duitsland krijg je pas belastingvoordelen als je kunt bewijzen dat je huis een gaskamer is. Dat is pervers. Je moet ervoor zorgen dat de luchtkwaliteit in je huis op z’n minst even goed is als buiten. Dat moet het vertrekpunt zijn als je naar regels zoekt. Dat is ook het verschil tussen efficiëntie en effectiviteit. De Europese Unie heeft vooral geprobeerd om efficiënt te zijn, namelijk om het slechte zo goed mogelijk te minimaliseren. Ze maken bijvoorbeeld richtlijnen die je verplichten om rioolafval te verbranden. Maar daar zitten massa’s fosfaten in. Fosfaat is heel wat zeldzamer dan olie en je vernietigt het gewoon. De Chinezen graven naar fosfaaterts, dat maar de helft van de hoeveelheid fosfaten bevat van het Nederlandse rioolafval. Dat is toch te gek. De EU denkt dat ze haar burgers beschermt door alles wat minder te doen. Het is alsof je zegt dat je je kind beschermt door het geen tien keer, maar een beetje minder te slaan. Dat is geen bescherming. Het is een beetje minder geweld. Als je de verkeerde dingen optimaliseert, worden ze perfect verkeerd. In deze logica heeft Oost-Duitsland het milieu beter beschermd dan West-Duitsland. Gewoon door onefficiënt te zijn. Het systeem was zo onefficiënt dat ze er niet in geslaagd zijn om alle moerasgebieden te vernietigen. Ze hadden niet genoeg pesticiden, omdat ze gewoon niet genoeg geld hadden. Als je dus iets verkeerd doet, doe het dan vooral niet efficiënt. Bij effectiviteit bepaal je eerst wat het juiste ding is om te doen. Je hebt een doel voor ogen, namelijk een goed product ontwikkelen, niet een minder slecht product. Laat ons er eens van uitgaan dat we vanavond een efficiënt diner houden. Dan volstaat een pil met een glas water. Of stel je eens de horror van efficiënte seks voor. Wat leuk is in het leven, is zelden efficiënt. Waarom zou je dan eco-efficiënt willen zijn. Verliefd worden is totaal onefficiënt. Stel je eens voor dat Mozart efficiënt was geweest, of Van Gogh... Een bloeiende kersenboom is volstrekt onefficiënt: het is een verspilling van kleur, energie en materiaal. Maar het is verbazend effectief. Elke materiaalstroom van de bloeiende kersenboom is gunstig. Het vormt de habitat voor 200 verschillende diersoorten. Eco-efficiëntie standaardiseert en homogeniseert alles en vernietigt daardoor de diversiteit omdat ze vertrekt van de one-size-fits-all filosofie.”


“Als je de verkeerde dingen optimaliseert, worden ze perfect verkeerd.”


In je boek heb je kritiek op de fundi-ecologisten, op deep ecology. Rechtse aanhangers ervan pleiten voor de inperking van het geboortecijfer. Want trop is teveel en dat komt de aarde niet ten goede.


Michael Braungart: “Kijk, ik maak de vergelijking met mieren. Hun totale biomassa, dit is het totale drooggewicht van alle mieren op de wereld, is véél groter dan dat van mensen. Als je rekening houdt met het feit dat ze maar kort leven en fysiek harder werken dan wij, dan komen ze ongeveer overeen met 30 miljard mensen. Het is niet juist dat de inperking van de bevolkingsgroei cruciaal is, zoals ook Al Gore beweert. Ik zal je de Al Gore-mop vertellen van de twee planeten die elkaar ontmoeten. Zegt de ene planeet tegen de andere: “Hé, jij ziet er vandaag niet zo goed uit”. Waarop de andere: “Nee, ik heb homo sapiens”. Waarop de ene weer: “Ik heb dat ook gehad. Maak je geen zorgen. Het verdwijnt vanzelf.” In extremis stel je het bestaan van de mens in vraag. Ik noem ook dat ecologisch fundamentalisme. Het is er niet om mensen te ondersteunen, maar om ze te vernietigen. Iedereen is nu bezig om zijn ecologische voetafdruk te berekenen. Ik heb hier een tabelletje waarop per land de ontwikkelingsindex staat. Die maakt duidelijk hoe ontwikkeld een land is. Daarnaast maakt de tabel ook duidelijk hoeveel planeten je nodig hebt mocht iedereen op de wereld de levensstijl hebben van dat land. Het enige land dat volgens deze tabel een redelijke ontwikkeling heeft én niet meer verbruikt dan wat wereldwijd per persoon aan grondstoffen beschikbaar is, heet... Cuba. Wat je dus moet doen, is je systeem volledig onefficiënt maken en er voor zorgen dat het een klein beetje op een concentratiekamp lijkt.”


Cuba moet jouw droom zijn. Ze hebben daar geen afval. Ze hergebruiken alles. Het rijdt er nog vol met auto’s uit de jaren ’50.


Michael Braungart (lacht): “Zo had ik het nog niet bekeken. Mijn punt is dat we op de planeet over tienduizend keer meer energie beschikken dan wat we nodig hebben. We hoeven niet in te perken of te minimaliseren. We moeten ons niet verontschuldigen voor het feit dat we hier zijn. Kijk, Al Gore zegt dat de klimaatopwarming een ethische kwestie is. Als je er een ethische kwestie van maakt, los je het nooit op. Op het moment dat je de ethiek nodig hebt, is ze er niet. Mensen zijn niet met ethiek bezig in crisisperioden. Ik ben bovendien niet zo behept met ethische kwesties. Ethiek is goed op het persoonlijke vlak, maar niet als het over maatschappelijke kwesties gaat. Ethiek als maatschappelijk model leidt altijd tot een dubbele moraal en zo tot totalitaire regimes. Het probleem van het broeikaseffect is veel eenvoudiger dan een ethisch probleem. Je bent gewoon een volslagen idioot als je het broeikaseffect van de planeet niet aanpakt. Ethiek heb je daar niet voor nodig. Een beetje zelfrespect is voldoende.”


“Je bent gewoon een volslagen idioot als je het broeikaseffect van de planeet niet aanpakt. Ethiek heb je daar niet voor nodig.”


Waar is het verkeerd gelopen? In je boek leg je uit dat mensen vroeger hun metalen werktuigen recycleerden en dat alle biologisch materiaal netjes gecomposteerd raakte.


Michael Braungart: “Er zijn veel oorzaken voor de milieuvervuiling. Als je bijvoorbeeld een religie hebt die aanleert dat je als mens sowieso zondig bent, dan wil je inderdaad voortdurend minder slecht zijn.”


Het is allemaal de schuld van de christenen?


Michael Braungart: “Voor een deel, ja. Vooral van de Calvinistische interpretaties van het christendom. Als je sowieso voor 100 procent zondig bent, doe je al vreselijk je best als je probeert voor 90 procent zondig te zijn. Dat leidt tot een enorm schuldcomplex. Dat zien we ook in de aanpak van onze milieuproblemen. We voelen ons er schuldig voor en proberen het dan minder slecht te doen. Een tweede oorzaak zijn al die milieurampen zoals in het Italiaanse Seveso in 1976, in het Indiase Bhopal in 1984 en in Oekraïne, Tsjernobyl in 1986. De milieurampen hebben eco-efficiëntie als economisch model gegenereerd in 1987, na Tsjernobyl. De vernietiging van de natuur heeft voor een gigantisch schuldgevoel gezorgd. We willen onze zonden weer goed maken. Dat hebben ze in Duitsland met het Zwarte Woud gedaan. Ze hebben het eerst vernietigd en daarna kleine stukjes herbebost. Ze hebben er de bevolking bij betrokken en allerlei romantische visies op de natuur gelanceerd. Al die fundamentalistische groenen hebben het voortdurend over Moeder Natuur. Wat men vergeet, is dat de sterkste vervuilers nog altijd natuurlijke substanties zijn. Wat we echter van de natuur kunnen leren, is dat ze nooit dingen maakt die onomkeerbaar zijn. Ik test nu in het laboratorium de samenstelling van moedermelk. Daarin heb ik tussen de 1.500 en 2.000 synthetische chemicaliën aangetroffen die nooit ontwikkeld zijn om goed te zijn voor baby’s. De besmetting van moedermelk is meer dan honderd keer hoger dan de wettelijke normen voor flessenmelk. Je zou moedermelk nooit legaal verkocht krijgen in een fles. België heeft in Europa de hoogste graad van besmetting. De natuur maakt nooit dingen die zich opstapelen in moedermelk. Zelfs al zouden de chemicaliën in moedermelk geen probleem veroorzaken, zou het nog steeds om chemische intimidatie gaan, want de baby heeft er niet om gevraagd. Het gaat dus niet om een romantische relatie met de natuur, maar over leren van de natuur. Het gaat ook over de verheerlijking van het menselijke genie. Wij vergeten dat onze natuurlijke levensverwachting 30 jaar zou moeten zijn. Vijfennegentig procent van alle mensen die ooit op aarde hebben geleefd, zijn niet ouder geworden dan 30 jaar. Jij hebt nog een paar jaar te gaan, maar ik zou al lang compost moeten zijn. Dat we ouder worden dan 30 is te danken aan de beschaving, de geneeskunde, aan onze overvloed. Dat kunnen we verheerlijken. We hoeven niet steeds te roepen dat Moeder Natuur zo geweldig goed is. Jouw moeder zou je nooit laten sterven aan een infectie die je oploopt omdat je in je vinger snijdt. Dan zou ze geen échte moeder zijn. Moeder Natuur doet dat wel.”


“Wat we van de natuur kunnen leren, is dat ze nooit dingen maakt die onomkeerbaar zijn.”


Ondertussen tikt de klok verder. Wat je voorstelt zal een hele tijd duren vooraleer het ook wordt toegepast. De vraag is maar of we nog genoeg tijd hebben.


Michael Braungart: “Nee, ik denk dat we onmiddellijk moeten ingrijpen. Ik heb in 2003 van George Bush de Green Chemistry Award gekregen. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om hem het volgende te zeggen: “Meneer de president. U moet niet naar Irak gaan om chemische wapens te vinden. U moet ze zoeken bij Mattel. In het speelgoed van Mattel hebben we meer dan dertig kankerverwekkende stoffen aangetroffen. Dat speelgoed is nooit ontworpen geweest voor kinderen.”


Je bent erg kritisch ten opzichte van regulering door de overheid. Als bedrijven geen afval meer produceren, is er ook geen reglementering nodig, is de redenering.


Michael Braungart: “Nee, dat is een misverstand. De politiek moet streefdoelen vastleggen. Je zegt bijvoorbeeld dat binnen tien jaar de luchtkwaliteit in gebouwen dezelfde moet zijn als buiten. Of je zegt dat binnen 20 jaar niets van wat er in je land wordt geproduceerd, zich mag opstapelen in moedermelk. Je stelt heldere, duidelijke doelen.”


Dat doen we toch nu al met de luchtkwaliteit?


Michael Braungart: “Nee, je zegt dat je een verbrandingsoven mag bouwen, als die maar een bepaald percentage vervuilt. We moeten bijvoorbeeld zeggen dat we binnen vijf jaar evenveel bovengrond maken als wat er jaarlijks verdwijnt door erosie. Vandaag verliezen we vijfduizend keer meer bovengrond dan wat er op natuurlijk manier terugkomt. Als je die doelstellingen vastlegt, kan je ook de stappen bepalen om dat doel te bereiken. Geef jonge wetenschappers een platform om die veranderingen mogelijk te maken, zodat ze eindelijk verlost kunnen geraken van hun schuldgevoel. Vandaag krijgen ze hun nieuwe producten niet op de markt omdat de oude, vervuilende producten zo sterk geoptimaliseerd werden. Océ is een bedrijf dat printers maakt en chemicaliën voor printers. Een tijdje geleden toonden ze trots hun nieuwe Cradle to Cradle-machine. In vergelijking met de oude printers is het twee keer zo snel en verbruikt het maar de helft van de energie, zeiden ze. Ik heb een heel simpele vraag gesteld: kan je het papier dat uit de printer komt, verbranden zonder filters te gebruiken of kan je het composteren? Het antwoord was: nee. Een Europese wetgeving zou dus moeten zeggen dat alle papier dat in Europa bedrukt wordt, binnen vijf jaar zo ontwikkeld moet zijn dat het kan terugkeren in de biologische kringloop. Nu zeggen de Europese regels dat je de emissies moet beperken als je papier verbrandt. Dat moet dan de Europese milieutechnologie voorstellen. REACH, de Europese regelgeving voor chemicaliën, is de ergste nachtmerrie. Het remt alle innovatie af. Als je een nieuw product ontwikkelt in de EU, een televisietoestel bijvoorbeeld, moet je alle chemische ingrediënten analyseren, evalueren en er toestemming voor krijgen. Dat maakt zo’n product natuurlijk duurder. Maar als hetzelfde televisietoestel uit China komt, moet dat allemaal niet gebeuren, omwille van de vrije handel. REACH dwingt de vervuilende en hightech productie dus naar andere landen te gaan. Je moet die dingen dan importeren en ervoor betalen met de gezondheid van je kinderen. Je kan het niet onnozeler bedenken.”


“Vandaag krijgen ze hun nieuwe producten niet op de markt omdat de oude, vervuilende producten zo sterk geoptimaliseerd werden.”


Als ik nu van slechte wil ben, zeg ik dat de chemische industrie in jou een bondgenoot heeft gevonden om te strijden tegen de Europese milieuwetgeving.


Michael Braungart: “Toch niet. REACH is er pas gekomen na stevig lobbywerk van de chemische industrie. BASF was een van de grote lobbyisten voor REACH. Kleine en middelgrote bedrijven hebben het pleit verloren, omdat zij Europa niet kunnen verlaten. Alle grote bedrijven protesteerden enkel in woorden, maar in daden steunden ze REACH. Want Europa neemt nu de verantwoordelijkheid voor hun chemicaliën. Fantastisch vinden ze dat.”


Hoe reguleer je dan wel als overheid?


Michael Braungart: “Vijftig procent van ons inkomen komt al uit het herstellen van spullen. Er wordt bijvoorbeeld meer verf gebruikt om auto’s te herstellen dan om nieuwe auto’s te maken. 9/11 was heel goed voor de economische groei, want we hebben nu een veiligheidsparanoia die een eindeloze verkoop van veiligheidstechnieken en -gegevens genereert. Maar we verliezen er levenskwaliteit mee. Kan je het je voorstellen dat er geen wettelijke beperking is voor uranium in meststoffen? Er wordt door de fosfaatindustrie meer uranium gedolven dan wat er gebruikt wordt in de nucleaire industrie. Als je daar geen regelgeving voor hebt, besmet je de hele biosfeer. Regelgeving op dit terrein is dus absoluut noodzakelijk. Maar het gebeurt niet, omdat er vijf bedrijven zijn die het monopolie hebben en controle houden over alles wat er in het Europees parlement gebeurt. Je hebt regelgeving nodig om ervoor te zorgen dat de lucht zuiver en de bodem intact blijft, en dat de biodiversiteit gegarandeerd is. Dat is een publieke verantwoordelijkheid.”


Nederland lijkt een goede leerling van het Cradle to Cradle-principe te zijn?


Michel Braungart: “Nederland is zich volledig aan het omvormen tot een Cradle to Cradle-land. Er is geen enkele architectuuropleiding waar het principe geen deel uitmaakt van het curriculum. De Nederlandse provincie Limburg heeft zich, in samenwerking met de kamer van koophandel, uitgeroepen tot een Cradle to Cradle-regio. Venlo krijgt bijvoorbeeld de eerste universitaire opleiding Cradle to Cradle. De wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade die in 2012 plaats vindt, zal volledig Cradle to Cradle zijn; de gebiedsinrichting en de gebouwen. De Nederlandse overheid gaat in de toekomst ook enkel nog een Cradle to Cradle-aankoopbeleid verrichten.”


Nederlandse overheden zullen verplicht zijn hun aankopen te toetsen aan de duurzaamheidscriteria van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.


Michael Braungart: “Precies, maar de bevoegde minister heeft, in samenwerking met het Nederlandse adviesbureau voor duurzame ontwikkeling SenterNovem, de duurzaamheidscriteria uitgebreid met het Cradle to Cradle-principe. Het hele land wordt stilaan gek. Wat je in België kunt doen, is verwijzen naar Nederland. Mensen hebben schrik iets mis te lopen. Welnu, kijk eens naar Nederland. Wij Belgen, zouden die evolutie kunnen mis lopen.”


Als Vlaams minister ben nu ik verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. Wat kan je in die sector doen als je daar het Cradle to Cradle-principe wilt toepassen?


Michael Braungart: “Alle transportsystemen moeten de uitstoot van stikstofoxiden kunnen opvangen en ze terug brengen in de voedingscyclus. Bussen en vrachtwagens zijn groot genoeg om stikstofoxide op te vangen. We kunnen het dan aan de boeren geven, want het wordt gebruikt in meststoffen. In Rotterdam heb je een bedrijf dat Happy Shrimps heet, het eerste bedrijf dat op duurzame manier garnalen kweekt. Ze gebruiken de uitstoot van een energiecentrale - CO2 en stikstofoxiden - om algen en bacteriën te kweken die aan de garnalen worden gevoed. We moeten dit soort systemen goed bestuderen, want de productie is minstens honderd keer groter dan bij de teelt van maïs bijvoorbeeld. Met CO2 kan je algen kweken aan een groeiritme van bijna 20 procent per dag. Honderd ton algen leveren per dag twintig ton oogst op. Je zou uit die algen de olie kunnen halen en die terug laten keren naar het openbaar vervoer. Zo zou je een innoverende techniek aan een redelijke prijs op de markt kunnen krijgen. Het openbaar vervoer moet je volledig herdenken. Je kan bijvoorbeeld systemen ontwikkelen met hogesnelheidsbussen die niet meer aan een halte stoppen, maar aan je huis. Het zijn bussen die je automatisch identificeren en weten aan welk huis ze moeten stoppen. Dan heb je ook geen tickets meer nodig. De kost wordt gewoon van je rekening gedebiteerd. Je moet ook meer denken aan ondersteunende diensten in plaats van aan controlerende diensten. Waarom houden we geen rekening met openbaar vervoer voor mensen die helemaal geen auto kunnen rijden, bijvoorbeeld omdat het nog kinderen zijn. Vandaag moeten ouders hun kinderen overal naartoe rijden. Dat is een zware belasting voor de ouders en de kinderen krijgen de indruk dat ze voortdurend gecontroleerd worden. Nogal wat ouders willen niet dat hun kinderen het openbaar vervoer nemen, omdat ze dan niet meer kunnen controleren waar ze allemaal naar toe gaan. We moeten dus ook denken aan sociaal-technologische vernieuwingen die dat probleem oplossen. Je kan bijvoorbeeld de kinderen een apparaat geven dat je thuis programmeert en waarin alle bestemmingen zitten waar je kind naartoe mag gaan. Zo’n apparaat kan je gebruiken op de bus, de trein of als je een taxi neemt. Op die manier bescherm je je kind, maar het biedt hen eveneens een grote vrijheid om zelf het openbaar vervoer te nemen.”


Je zegt dat het Cradle to Cradle-principe toepasbaar is op alle transportsysteem. Dus ook voor vrachtwagens?


Michael Braungart: “We moeten ervoor zorgen dat vrachtwagens het milieu ten goede komen. Je kan vrachtwagens ontwerpen die actief partikels of CO2 absorberen. Dan worden die ellendige vrachtwagens plots veel aardiger.”


Wij proberen mensen te overtuigen om meer het openbaar vervoer te gebruiken. Alleen willen mensen graag een eigen wagen, het liefst een grote. Kan Cradle to Cradle ook hier een oplossing bieden?


Michael Braungart: “Wie heeft er een grote auto nodig? Mensen die zich onzeker voelen. Ze zijn beter geholpen met therapie dan met een grote wagen. Met Ford ontwikkelen we nu een auto die we binnen twee jaar op de markt willen krijgen. Het wordt jouw auto, maar je betaalt per kilometer. Je koopt dus geen auto, je koopt 100.000 kilometer. In de aankoop is de verzekering, het onderhoud en de brandstof inbegrepen. Als je zo’n auto hebt, wordt het ook interessant om het openbaar vervoer te nemen. Want als je niet met je wagen rijdt, kost het je ook geen cent. Het wordt ook interessant om je auto uit te lenen aan iemand. Want je weet precies hoeveel je per kilometer kunt aanrekenen. Na vijf jaar gaat de auto in een enzymenbad en na 24 uur filter je de componenten om er een nieuwe auto mee te maken.”


Het is positief dat er meer en meer herbruikbare producten op de markt komen. Maar de mensen moeten er wel gebruik van willen maken natuurlijk…


Michael Braungart: “Het komt er vaak op neer de juiste motivering te vinden. Wij doen nogal wat tests in supermarkten om uit te vissen waarom mensen bepaalde dingen kopen. Dat is belangrijk, want we willen dat mensen blijven wie ze zijn. We moeten hen niet vertellen wat ze moeten doen. We hebben een test gedaan met een bodylotion voor het cosmeticabedrijf Ecco Bella. We hebben eerst een ongelooflijk lelijke ecologische verpakking ontworpen. Wie koopt zo’n flacon dan? Dat zijn mensen zoals jij en ik; mensen die vinden dat ze het milieu moeten beschermen. Normale mensen kopen dat niet, want die willen een leuke verpakking rond hun bodylotion. We hebben onderzocht wat de ecologische voetafdruk is van de mensen die de lelijke ecoflacon kochten. Wat blijkt? Hun voetafdruk is, in vergelijking met mensen die een sixpack bodylotion kopen, tien keer groter.”


Dat meen je niet?


Michael Braungart: “Natuurlijk, want die mensen vragen zich op woensdag af of ze tijdens het weekend niet eens naar Wenen zouden vliegen. Ze kopen geen eco-producten omdat ze het milieu willen beschermen, maar omdat ze slim willen zijn. Dat zijn de mensen die de bijsluiter kunnen lezen en daarom vinden dat de verpakking er verder niet toe doet. Het zijn mensen die abstract kunnen denken. Ze willen bewijzen dat ze intelligent zijn. Daarom kopen ze eco. Het milieu of de gezondheid bieden geen enkele motivatie aan de mensen. Als je mensen op een rationele manier wilt motiveren, bereik je enkel leraars, studenten en professoren.”


Wat is jouw motivatie?


Michael Braungart: “Ik heb chemie gestudeerd omdat ik verliefd was op mijn lerares chemie. Later rationaliseer je dat en bedenk je allerlei intelligente redenen waarom je chemie bent gaan studeren. Maar de echte reden was dat ik verliefd was. Motivatie is essentieel. Nike slaagt er in de Verenigde Staten niet in om sportschoenen te recycleren. Niet omdat dat technisch niet mogelijk is, maar omdat Amerikanen niet graag iets gebruiken wat door iemand anders werd gebruikt. Alles moet maagdelijk zijn. Maar je kunt een maagd niet recycleren. Daarom hebben de Amerikanen vijf keer meer wegwerpproducten dan wij. Zij kunnen gewoon niet drinken uit iemand anders glas. Je moet dus beter nadenken over wat mensen motiveert. Ik kreeg een idee toen ik van Philips vrijkaarten kreeg voor een concert van Robbie Williams. Ik heb die kaarten aan mijn zestienjarige dochter gegeven. Na het concert hadden we moeite om haar uit de kleedkamer van Robbie Williams te krijgen. Die meisjes willen gebruikt worden door een popster. Dan worden ze lid van een heilige gemeenschap. Daaruit leid ik af dat, als iets gebruikt werd, het eigenlijk van een heilige moet komen. We hebben nu aan Nike voorgesteld om in hun golfschoenen een stukje van de gebruikte schoenen van een van de beste spelers van nu, Tiger Woods, te steken. Dan ontwikkel je een heilige gemeenschap van Tiger Woods-golfschoenbezitters. De gerecycleerde golfschoenen worden een relikwie. Ook dat is gemeenschapsopbouwend. Vertaal dat naar de politiek en accepteer de mensen zoals ze zijn, niet zoals ze moeten zijn. In Italië bijvoorbeeld gooien de mensen gebruikte spullen zomaar weg. Ze doen dat niet stiekem, zoals bij ons. Ze keilen alles gewoon op straat. Je kan schreeuwen dat dat een schande is. Maar je kan er ook voor zorgen dat producten bio-afbreekbaar zijn, zodat je ze kunt weggooien. Je kan in die producten zelfs zaden van zeldzame planten steken, zodat de biodiversiteit toeneemt als je ze weggooit. Het belangrijkste in de politiek is de opbouw van de gemeenschap. Mensen moeten kunnen begrijpen dat ze deel uitmaken van een groter project, dat ze lid zijn van een gemeenschap. Ze moeten zich geaccepteerd voelen. Vertel hen niet wat ze moeten doen, want dan zullen ze je de schuld geven van alles wat fout loopt.”