Amerikaanse tiener in de harem van de prins van Brunei

 

Jillian Lauren was achttien toen ze deel uitmaakte van de harem van de prins van Brunei. Ruim een jaar verbleef ze er, samen met een veertigtal meisjes uit Azië, Europa en Amerika. Nu, twintig jaar later, is Haremmeisje het knap geschreven relaas van die ervaringen in een moderne harem. Het is meteen het debuut van de voormalige prostituée uit Jersey.


Jan de Zutter

foto’s Jan de Zutter (portretten)


In het boek Haremmeisje, dat zich afspeelt in het begin van de jaren ’90, is prins Jefri Bolkiah (1954) nog een van de rijkste mannen ter wereld. Brunei is enkele jaren eerder onafhankelijk geworden van Groot-Brittannië. Het eeuwenoude sultanaat in de Indonesische archipel was sinds 1888 een Brits protectoraat, maar in 1984 kreeg de sultan, Hassanal Bolkiah -Jefri’s broer- er de absolute macht. De achttienjarige Jillian Lauren, een would be actrice en hobby-escortemeisje uit New Jersey, komt er terecht nadat ze reageerde op een auditie van een geheimzinnige zakenman. Die was op zoek naar Amerikaanse meisjes om zijn zakenparty’s in Singapore op te vrolijken. Als ze geselecteerd wordt, blijkt dat de zakenman Zijne Koninklijke Hoogheid, prins Jefri van Brunei is. De prins is gul. In Brunei ‘deelt’ hij haar zelfs met zijn broer, sultan Hassanal. Maar verder ontpopt Jillian zich als de préféré van prins Jefri. Ze mag zich zelfs uitleven in een shoppingorgie zonder financiële limiet.

Jefri, destijds minister van financiën, stond gekend als een rabiaat polospeler en een gevreesde playboy. Zijn niet onbesproken levenswandel zou eindigen in een rechtszaak waarin hij beschuldig werd van verduistering van overheidsmiddelen. In 2000 kwam hij tot een overeenkomst om een groot deel van zijn bezittingen over te dragen aan het sultanaat. Haremmeisjes speelt zich af in het begin van de glorietijd van Jefri, die zich door zijn gezelschap steeds bij zijn koosnaam Robin liet noemen.


Twintig jaar na haar ervaringen in Brunei schrijft de Amerikaanse Jillian Lauren over haar werk in de striptenten en escortebureau’s om uiteindelijk te belanden in het koninklijk paleis van Brunei tussen veertig meiden die naar de aandacht van prins Jefri dingen. Lauren schrijft razend knap over haar ervaringen als een punk-rock-Sheherasade. Haar boek schoot naar de top tien in de VS en werd inmiddels in 16 talen - waaronder het Nederlands - vertaald. Het is geen spannend avontuur over een harem geworden, maar een biografie van een actrice in spe, met grote ambities en behoorlijk wat emotionele beschadiging in haar jeugd, die in de seksindustrie terecht komt. Om haar trauma te verwerken, laat ze zich in Los Angeles tatoeëren. De Japanse koi zwemmen over haar armen via haar schouders en buik tot tussen haar benen. Dat zie je niet als ze voor je zit, in een strak, zwart mantelpak. Haar gouden neusringetjes verraden haar, samen met die ene koi die op haar onderarm tussen Japanse golven duikt. “Als mijn verhaal duidelijk op mijn huid stond geschreven, zou ik niet langer in de verleiding komen anderen te laten denken dat ik normaal was. Mijn tatoeages zouden mijn mening verkondigen over wat eeuwig en wat tijdelijk was,” schrijft ze in Haremmeisje. Met haar tatoeages maakte ze zich weer meester over haar eigen lichaam: Haar beslissing, haar lijf. “Dat was nodig na de ervaring in Brunei. Ik had de indruk dat de wereld buiten mij totaal verschillend was van mijn innerlijke wereld. Ik leefde niet op een authentieke manier. Een tatoeage laten zetten, gaf me het gevoel dat ik aan de buitenwereld kon tonen wat in me zat. Ik was een actrice, een knap, jong meisje dat kon functioneren in een wereld die niet echt de hare was. Ik was op zoek naar een plek waarin ik me echt thuis zou voelen. Een tatoeage ging daar over, voor mij.”


Nogal wat mensen die een tatoeage laten zetten, werden op de een of de andere manier getraumatiseerd. Was het werk in de harem voor jou traumatiserend?

    “Ik heb niet het gevoel dat Brunei traumatiserend was. Ik ben wel als kind getraumatiseerd. Mijn vader was gewelddadig, emotioneel en soms ook fysiek. Ik werd op heel jonge leeftijd misbruikt door een oudere man. Ik was toen twaalf. Ik heb er in het boek slechts zijdelings naar verwezen. Ik wilde vooral niet dat mensen het verhaal zouden simplificeren. ‘Oh, ze werd als jong meisje misbruikt en daarom is ze in de seksindustrie terecht gekomen.’ Er zijn veel verschillende elementen die meespelen. Misbruikt worden als kind is er zeker een van, maar lang niet het enige. Ik wilde dus vermijden dat lezers die te eenvoudige conclusie zouden trekken. Wat in Brunei en in de andere jobs die ik deed als stripper en als escortemeisje gebeurde, is dat de bestaande schade versterkt werd. Ik voel me niet getraumatiseerd door mijn werk in de seksindustrie, maar dat werk heeft het wel moeilijker gemaakt om te healen. Om te genezen, zeg maar. Er waren zoveel meer lagen waar ik doorheen moest.”


Je boek is erg succesvol omdat mensen graag over een moderne harem willen lezen. Maar eigenlijk is het een biografie van iemand die in de seksindustrie heeft gezeten. Een meisje dat overigens geluk heeft gehad.

    “Precies. Ik heb ongelooflijk veel geluk gehad. De meeste meisjes die in de seksindustrie stappen en op een vliegtuig naar Zuid-Oost Azië terecht komen, hebben minder mazzel. Ik had veel ergere dingen kunnen meemaken.”


Wat deed je beslissen om de stap naar de seksindustrie te wagen? Je was erg jong, 17 jaar, toen je begon te strippen.

    “Weet je, strippen was een makkelijke stap voor mij. Het was niet zo’n big deal.”


‘t Is toch geen echte seks, zou Bill Clinton zeggen.

    (lacht) “Precies. Strippen is de Bill Clintonversie van seks. Ik had niet écht seks. Op een podium stappen en mijn kleren uittrekken, was makkelijk. Ik was al actrice, ik ben nogal een theatraal type, ik hou van muziek en van dansen en ik was een verschrikkelijke dienster… Ik belandde in een club waar niemand het erg vond dat ik een slechte dienster was. Daarna gaat het stapje voor stapje. Als je die drempel hebt genomen, wordt het makkelijker om de volgende te nemen. Dat werd het escortebureau. Op het moment dat ik seks had tegen betaling, had ik het me uiteraard nooit voorgesteld dat ik dat ooit zou doen. Het is die hele reeks kleine stapjes die er voor zorgt dat het niet zo’n grote sprong lijkt.”


Toen ze je voorstelden om in Singapore de zakenpartners van een rijke zakenman te entertainen, wist je toch dat er seks aan te pas zou komen.

    “Het was zeker niet om mijn uitzonderlijke zangtalenten dat ze me vroegen. Ik wist uiteraard dat er een seksuele component aanwezig was.”


Had je een contract?

    “Nee. Tijdens de auditie zeiden ze me dat ik 20.000 dollar zou krijgen voor twee weken werk. Toen ze me bevestigden dat ik de baan had gekregen, vertelden ze dat het eigenlijk geen baan was. Het ging om een uitnodiging van de prins van Brunei om als gast aanwezig te zijn op zijn feestjes. Het verliep allemaal heel informeel. Ik was een van de eerste Amerikaanse vrouwen die door prins Jefri werd uitgenodigd. ‘Je krijgt je 20.000 dollar en misschien wel meer’, zeiden ze. ‘Maak je maar geen zorgen.’ Ik vertrouwde de vrouw die me aanwierf instinctief. Ik had de indruk dat ik haar kon vertrouwen en ik bleek achteraf ook gelijk te hebben. Maar ik besef dat het een geluk is dat het zo is afgelopen.”


Heeft prins Jefri overals scouts die op zoek gaan naar vrouwen? In het Paleis waren er Amerikaanse, Europese, Thaise en Filippijnse vrouwen. Een veertigtal in totaal.

    “Ik weet niet hoe de meisjes uit Zuid-Oost Azië daar terecht kwamen of welke contracten zij hadden. Er was een onoverbrugbare taalbarrière. We hadden wellicht nooit met elkaar gesproken. Er was zo’n verschrikkelijke competitie tussen de vrouwen. Heel wat meisjes waren er op uit om de vierde vrouw van Robin te kunnen worden.”

“Ik vermoed dat Robin inderdaad overal scouts inhuurde. Ik was een van de eerste Amerikaanse meisjes. Later kwamen er meer en werd het allemaal decadenter. In Los Angeles waren er in elk geval
mensen die voor hem op zoek gingen naar meisjes.”


Er leefden veertig vrouwen in het koninklijk domein, naast de drie vrouwen van de prins. Dat moet een behoorlijke organisatie zijn geweest.

        “De Aziatische vrouwen - met uitzondering van enkelen - woonden niet op het domein. Die organisatie viel nogal mee. Wij, de Westerse meisjes, waren pioniers. De Aziatische meisjes hadden wellicht striktere contracten. Bij ons ging het er nogal rommelig aan toe. Al doende kwam je te weten wat de regels waren. Het was duidelijk dat we het domein niet mochten verlaten. Duidelijk, omdat het gewoon niet mogelijk was. Er was een groot hek. (Lacht) Ze vertelden ons ook dat we moesten buigen voor de prins en dat we niemand de zolen van onze voeten mochten tonen. Dat was onbeleefd. Je kreeg dus wel wat informatie over de tradities en gebruiken, maar voor de rest moest je het maar aankijken.”


Op een dag vertrok prins Jefri op hadj naar Mekka. Hoe vreselijk hypocriet is het niet dat zo’n moslimprins een schare prostituees rond zich verzamelt? Dan blijk jij nog een joods meisje te zijn ook. Je kan het zo gek niet bedenken?

    (schaterlacht) “De hypocrisie is verbluffend. Je kon niet echt praten over wat hij geloofde. Dat deed je gewoon niet. De vraag: Hé geloof jij in God? kon je niet stellen. Dan zou ik de regels zwaar overtreden hebben. Als hij er zelf over was begonnen, had het gekund. Maar dat deed hij uiteraard niet.”


Zijn broer Mohammed is wel erg religieus.

    “Ik heb Mohammed nooit ontmoet. Die hield zich ver van vrouwen en feestjes. Maar, goh… ik denk dat er een boel mensen zijn die in God geloven en er toch in slagen om hypocriet te zijn. Ik weet alleen niet of Jefri tot die groep behoort. Was hij gelovig en had hij een manier gevonden om daar omheen te fietsen? Of was hij niet gelovig en deed hij dingen zoals op een hadj gaan omdat dat nu eenmaal van hem verlangd werd? In die islamitische context is er geen onderscheid tussen geloof en politiek.”


Jouw ervaringen spelen zich af zes jaar nadat Brunei onafhankelijk werd van Groot-Brittannië. Jij had dus met een jong regime te maken. Voelde je dat zo aan?

    “Integendeel. Je voelde dat er iets erg ouds speelde. Ook in de manier waarop ze met vrouwen omgingen. Die harem bijvoorbeeld.”


Gebruikten zij dat begrip ‘harem’?

    “Nee. Eigelijk is een harem traditioneel een plek waar de vrouwen leven, afgescheiden van de mannen. Het heeft oorspronkelijk niks te maken met groepen prostituées of zo. Of quasi-prostituées. Sommige vrouwen in Brunei beschouwden zich niet als prostituées, anderen waren het wel. Ik heb het woord harem ook vooral in de poëtische zin gebruikt. Maar er hing toch een traditioneel sfeertje in de familie. Robin droeg een soort kleine boekrol rond zijn hals, waarop zijn afstamming stond. Hoewel het regime nieuw was, stamde de koninklijke familie wel van een oude geslacht. Ik had de indruk dat ik in iets geflipt was terecht gekomen, maar ook in iets dat de mannen en vrouwen in deze familie toch al gedurende generaties deden.”


Vanwaar zijn obsessie met Westerse namen? Prins Jefri moest Robin genoemd worden en de sultan Martin.

    “Ze zijn allemaal in Engeland opgevoed. In Britse scholen adopteer je blijkbaar een Engelse bijnaam. Misschien wilde hij er gewoon bij horen. Dat gezegd zijnde, had ik wel de indruk dat Robin een soort identiteitscrisis meemaakte. Hij was zeker niet gelukkig in die tijd.”


Hij was toen minister van financiën. Je beschrijft hem echter niet als een politicus. Het lijkt alsof hij helemaal niet in politiek geïnteresseerd was.

    “Met mij sprak hij er in elk geval niet over. Ik weet uiteraard niet hoe hij bij andere mensen was. Brunei ervaarde ik niet eens als een echt land.  Zeker niet als ik zijn levensstijl zag. Is deze kerel minister van financiën? Zijn leven lijkt een groot tuinfeest. Brunei is wel degelijk een land. Ik krijg vandaag mails uit Brunei van mensen die het boek te pakken willen krijgen. Het is er verboden. Ik kreeg een mail van iemand die een exemplaar had gekregen van een vliegtuighostess. Die smokkelen ze mee uit Australië. ‘Dat is wat ze persvrijheid noemen,’ schreef ze. Soms sta je er niet eens meer bij stil dat ze in landen als Brunei geen persvrijheid hebben.”


In je boek laat je uitschijnen dat je linkse sympathieën hebt. Jij bent wellicht een democratische activiste.

    “Ja. Vroeger was ik dat heel zeker. Vandaag is dat activisme wat afgenomen. Op het einde van een dag waarin je moeder en schrijver bent geweest, zeg je: Ik zal morgen wel activiste worden. Je weet wat ik bedoel.”


Je was zelfs een feministische seks-activiste.

    “Dat ben ik nog steeds. Maar ik ben kritischer dan vroeger. Het is nu vijftien jaar geleden. Ik heb na Brunei nog even in de seksindustrie gewerkt. Nu ben ik iemand anders geworden. Ik verdedig nog steeds de rechten van de sekswerker. Ik geloof in het decriminaliseren van prostitutie in de Verenigde Staten, ik vind dat er een goede gezondheidszorg moet zijn voor sekswerkers en dat ze door de wet beter beschermd moeten worden. Maar ik heb niet de indruk dat de seksindustrie vrouwen wereldwijd sterker maakt of zo. Terwijl ik dat wel dacht toen ik nog in de seksindustrie werkte. Je zoekt dan argumenten om trots te kunnen zijn op wat je doet. Ik ben niet beschaamd om wat ik gedaan heb. Maar het heeft - zoals ik eerder zei - heel wat bestaande schade verergerd. Ik denk dat de seksindustrie dat bij veel vrouwen doet. Bij 98 procent van de vrouwen die in de seksindustrie werken, is er een of andere vorm van seksueel misbruik op de achtergrond.”


Ben je in contact gebleven met de meisjes met wie je in Brunei werkte?

    “Ja. Nog steeds. Ik was bang om hen het manuscript te laten lezen. Het is niet makkelijk om aan iemand te zeggen dat je van haar een personage hebt gemaakt. Dat is eigenlijk een oefening in reductie. Je kan iemand nooit helemaal portretteren. Als je van iemand een personage maakt, doe je haar sowieso onrecht aan. Maar ze waren zo lief voor me en hebben me zo gesteund. Dat was heel ontroerend.”


Ben je nooit bang geweest voor gerechtelijke gevolgen?

    “Het manuscript werd rigoureus door een advocaat uitgevlooid. Ik heb er voor gezorgd dat de identiteit van mensen die niet in de publieke belangstelling stonden, zorgvuldig verborgen bleef. Voor de rest was het boek een oefening in eerlijkheid. Zolang ik de waarheid schreef, kon me niets overkomen in de rechtbank, hebben mijn advocaten gezegd.”


Denk je dat je met prins Jefri ooit over dit boek kunt praten? Je schrijft ondanks alles, met warmte over hem.

    “Er was inderdaad genegenheid tussen ons. Maar ik geloof niet dat we nog ooit zullen praten. Onze werelden liggen te ver uit elkaar. Zelfs in Brunei sprak ik niet echt met hem. Hij zou me bijvoorbeeld nooit getelefoneerd hebben. Hij zou dat iemand anders laten doen. Er is zo’n klasse-verschil. Ik betwijfel of we ooit over het boek kunnen kletsen. Maar ik denk oprecht dat hij het een goed boek zou vinden. Hij is een snuggere kerel. Hij zou niet ontkennen dat hij een narcist is, of dat hij een playboy was. Hij weet wel beter.”


Jillian Lauren, Haremmeisje, Het openhartige verhaal van een westerse vrouw die in de harem van de prins van Brunei woonde. Uitgegeven bij Arena.